De Drachtster en Dokkumer trots

Verbazingwekkend rustig voel ik me. Dit ken ik niet van voorgaande jaren, dan was ik voor D Day altijd gespannen voor de klim. Zou ik het wel kunnen? Dit jaar was mijn rol anders. Ik had immers de reis bijna volledig geregeld, kende de routes, kende het profiel van de klim, had de renners ervoor voorbereid en had zelf ook goed getraind. En het zijn de Vogezen, een gebergte dat ik ook al kende van vorig jaar en wist dat ik het aankon. Dit kon niet anders dan goedkomen op D Day. Geen druk.

Bij mijn praatje tijdens het ontbijt kijk ik om me heen. Het is wat rustiger dan de vorige dagen. Ik voel een lichte spanning in de lucht. Niet alle hoofden zijn ontspannen, ik ken hun gevoel en weet dat het voor sommigen moeilijk is om het ontbijt binnen te krijgen. Maar ik weet ook dat het goedkomt zodra de renners op de fiets zitten voor de warming up.

Samen met de begeleiding praat ik de dag nog even kort door. Ik geef instructies en maak inschattingen van de doorkomsttijden van de renners en de volgorde waarin ik verwacht dat de renners boven komen. De renners van Drachten kan ik inschatten, die van Dokkum (na twee gezamenlijke trainingen) een beetje.

Om 10 uur begint de warming up, om half 11 zijn we bij het startpunt van de klim. Nog even snel plassen, bidons bijvullen, elkaar succes wensen en dan de gezamenlijke start; we gaan! Eerst geleidelijk omhoog en dan de laatste kilometers het zwaardere werk.

Bij de start

Uiteraard komt iedereen boven. De eerste in 1 uur en 12 minuten, de laatste binnen de 2 uren. De eerste ruim een kwartier sneller dan ik had verwacht, de laatste zelfs ruim een half uur sneller. Fantastisch! Boven mijn verwachting, prachtig is dat. Voor veel renners is het de eerste ervaring met het klimmen in de echte bergen en – ondanks de inspanning – straalt vooral de trots van de gezichten af. En terecht, want iedereen heeft prima gepresteerd. De trotse koppie komen op de foto, individueel en met de groep.

Vlak voordat we gaan afdalen, geef ik nog een keer de instructie over het nemen van bochten in de afdaling en het druk houden op de fiets en we gaan op pad. Wat kunnen deze mensen dalen! Vol vertrouwen en vol gas schiet iedereen over de weg naar beneden. Geen angst en de fiets volledig onder controle houdend dendert de groep naar beneden, snelheden schieten regelmatig over de 50, 60 en zelfs 70 km/uur. Een groep goede dalers, daar hou ik van.

Euforie heerst wanneer we terug zijn bij het hotel en op het terras een welverdiend koud drankje nemen. Ik voel me trots. Trots op wat alle renners gepresteerd hebben. Trots op de geweldige manier waarop de dagen zijn verlopen. Trots op de goede begeleiding. En ja, hoewel ik het moeilijk toegeef, ook een beetje trots op mezelf. Wat was het fantastisch. En wat is het jammer dat het al weer achter ons ligt. Tot een volgende keer!

Foekje

Proost!