Klaaiklùten en Wâldpiken

Het was een mooie dag in Dokkum. En in het land van de ‘Klaaiklùten’ betekent dat dat het ongeveer 20 graden Celsius en een halve storm waait. De wind, dat deert de dames en heren op de klei niet, dat zijn ze gewend. Zij rijden – ook met een straffe zucht tegen – gerust babbelend 28 km/uur. De lichamen van de kleimannen en -vrouwen zijn ingesteld op de harde wind.

Wij ‘wâldpiken’ moeten er altijd even aan wennen; de extra druk op je benen, het geraas om je oren en dat je zelf – om te kunnen praten met de buurman op de fiets naast je – je stemvolume op 150% moet zetten. Na een windrit zijn wij van de Wâlden dan ook altijd iets schorder dan na een training tussen onze boomwallen door. Voor ons is een windrit altijd een training en nooit echt relaxt.

Maar in de Vogezen wordt het anders; dan zijn er bergen. En bergen, dat zijn wij Friezen, of we nu Klaaiklùt of Wâldpyk zijn, toch niet echt gewend. In de bergen spelen andere dingen mee. Lastige dingen als hellingen en de graden die daarbij horen. In de bergen kun je niet even in de luwte van je voorganger om wat energie te besparen. In de bergen moet iedereen aan de bak. Dan worden de klimmers zichtbaar.

Of de Klaaiklùten, of de Wâldpiken de beste klimmers zijn? Dat wijzen de komende dagen uit. De Vogezen zullen de scherprechter worden.

ps. de foto’s van de laatste training staan in de foto’s en filmpjes sectie van de site.